Verankeren van gezondheid in omgevingsplannen: hoe doe je dat?

Digitale bijeenkomst van het netwerk Maak Ruimte voor Gezondheid op 26 februari 2021

Brigit Staatsen (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) opent het webinar namens het organisatieteam en verwelkomt het hoge aantal deelnemers van GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-en, gemeenten, andere overheden en kennisinstellingen. Centraal in dit webinar staan drie praktijkvoorbeelden uit Eindhoven, Amsterdam en Veenendaal. Na een plenaire toelichting zijn deze voorbeelden in deelsessies uitgediept en aangevuld met andere voorbeelden.

Gebiedsontwikkeling in centrum Eindhoven

Lessen van de gemeente Eindhoven voor gebiedsontwikkeling

Staf Depla, oud-wethouder van Eindhoven, vertelt over hoe je ambities van een stad kunt realiseren in  gebiedsontwikkeling. Met het vertrek van Philips uit het centrum van Eindhoven kwamen veel bedrijfsterreinen midden in de stad vrij. In 2001 kochten gemeente en een projectontwikkelaar het gebied Strijp S in een publiek-private samenwerking. Samen met twee woningcorporaties werd het gebied ontwikkeld. Door in een vroeg stadium duidelijke keuzes te maken is een aantrekkelijke wijk gerealiseerd, specifiek gericht op jonge hightech mensen en creatief talent.

De film geeft een goed beeld van de aanpak in Eindhoven.

1.    Laat tekentafel logica los – maak een plan dat bij jouw stad past. Begin met de vraag: wat ben je voor stad, wat wil je voor stad zijn en wat is de bijdrage die de gebiedsontwikkeling daaraan moet bijdragen. Voor Eindhoven was dat de stad aantrekkelijker maken voor jong creatief talent.
2.    Programmeren om je visie te operationaliseren is belangrijk – het gaat niet alleen om stenen, maar ook wat er in het gebied gebeurt. Zo zijn er afspraken gemaakt met de projectontwikkelaar over een diverse woningvoorraad (goedkope woningen), wonen en werken door elkaar in een nieuw stadshart, betaalbare bedrijfspanden, een gevarieerde plint die aantrekkelijk is en openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten.
3.    Afdwingen dat het gebeurt - de wortel: maak samen met eigenaars en ontwikkelaars een plan waar je trots op kan zijn. Alle deelnemers hebben geld in de pot gedaan voor culturele programma’s die pasten bij de toekomstdroom van Eindhoven maar ook voor een skatehal die een magneet werd voor topskaters én buurtkinderen.
4.    Stel een supervisor aan die helpt vast te houden aan de visie van de stad. In Eindhoven keken een stedenbouwer en landschapsarchitect mee naar de aansluiting van de gebiedsontwikkeling met het centrum, en het groen eromheen. Belangrijk is aan het begin direct te investeren in groenstructuur.
5.    Houdt vast aan de stip op de horizon – de stok: het bestemmingsplan blijft noodzakelijk om grenzen vast te stellen. Maar een projectontwikkelaar kan binnen kaders doen wat hij wil. Dus maak bij een bestemmingsplan ook een privaatrechtelijke overeenkomst met de ontwikkelaar om ook de ambities in de plannen te krijgen.
6.    Verdiep je in financiële principes: Belangrijk om daarbij te letten op financiële mogelijkheden van ontwikkelaars, zodat de plannen betaalbaar blijven. Een hoge grondprijs kan dit in de weg staan. Belangrijk om vooraf duidelijk eisen te stellen en aan vast te houden, zoals % sociale huisvesting, parkeernormen, inrichting plantsoen, zodat ontwikkelaars niet te veel betalen bij aankoop grond. Ook de financiële stabiliteit van de gemeente is belangrijk, met een grondexploitatie die verdiensten op lange termijn ook op korte termijn al kan inzetten, zodat niet bij de eerste tegenvaller het plan moet worden gewijzigd. En als het beter gaat opbrengsten niet hoeft af te romen en er dus een financiële buffer is voor slechte tijden.

 

Deze lessen zijn ook toe te passen bij het meenemen van gezondheid in omgevingsplannen. Leg je ambities vast en houd deze bij de hand gedurende de gebiedsontwikkeling.

Werken aan een gezonde voedselomgeving in Amsterdam

Marya Sheikh Rashid (GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst Amsterdam) licht toe hoe de gemeente Amsterdam werkt aan een gezonde voedselomgeving. Kinderen en jongeren hebben daar de prioriteit, het percentage 14-16 jarigen met overgewicht bijvoorbeeld is hoger dan het landelijk gemiddelde. Voedsel wordt net als bewegen vaak gezien als ‘eigen keus’. De fysieke omgeving heeft echter veel invloed op individueel gedrag. Het grote aanbod aan ongezond voedsel op straat maakt een verstandige voedselkeuze niet eenvoudig.  Een andere inrichting van de voedselomgeving kan de gezondheid positief beïnvloeden.
De GGD zoekt samen met alle directies van de Gemeente Amsterdam, die op een of andere manier met voedselaanbod te maken hebben naar mogelijkheden om de daadwerkelijke inrichting van de stad voor kinderen en jongeren gezonder te maken.  Zo kan de gemeente werken aan het voedselaanbod in sport- en schoolkantines, bij sportevenementen, aan verkooppunten in de openbare ruimte en reclame in metroruimte en buitenomgeving. Maar niet alles kan op gemeentelijk niveau opgelost worden. Gemeenten hebben momenteel te weinig juridische instrumenten om de voedselomgeving gezonder te maken.
Bestuurlijke dekking is heel belangrijk voor het uitvoeren van projecten en activiteiten. Ook bestuurlijke wil is een belangrijke voorwaarde om iets te kunnen bereiken. De Omgevingswet biedt handvatten om de (voedsel)omgeving gezonder te maken, maar kan ook gebruikt worden om de omgeving ongezonder te laten worden door ongezonde initiatieven meer ruimte te geven.

Nieuwsuur zond op 26 januari 2021 het item Gemeenten willen opmars fastfood stoppen uit (na ca 35 minuten).

Bestuurlijke wil is nog geen garantie voor succes. Er zijn veel zaken waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft. Ook als er goede wil is, zoals in de samenwerking tussen sociaal en fysiek domein, levert dat niet altijd een vervolg of een goed resultaat op.
Een gemeente kan een actieve rol spelen bij het aanbod van voedsel gericht op jongeren. Door keuzes te maken op verschillende terreinen is het mogelijk om de fysieke voedselomgeving gezonder te maken. Er zijn echter meer juridische instrumenten nodig om een gezonde voedselomgeving te creëren. Daarom is er ook een lobby richting het Rijk gestart.

Hoe Veenendaal de uitgangspunten over gezondheid uit de Omgevingsvisie vertaalt naar uitvoering in woonwijk het Franse Gat

Astrid Swart  (Gemeente Veenendaal) geeft aan dat duurzaamheid, veiligheid, en gezondheid de rode draad vormen in de Omgevingsvisie. Vertaling van de doelstellingen voor gezondheid naar het fysieke domein levert concrete punten op zoals uitnodigen tot meer bewegen, vergroten van het aanbod van levensloopbestendige woningen en aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving.

Bij de herstructurering van woonwijk het Franse Gat leidde dat tot vijf brede doelen, waaronder zorgen voor een gezond leefklimaat en een veilige, gezondheidsbevorderende leefomgeving. Concreet betekent dat meer groen aan de straatkant in deze wijk, omdat meer groen uitnodigt tot het lopen van ommetjes en buiten spelen. Daarnaast voorziet het plan in een goede fietsinfrastructuur. Door de sociale voorzieningen in het hart van de wijk te situeren zijn deze ook lopend of per fiets eenvoudig bereikbaar. En stimuleert de gemeente initiatieven van inwoners gericht op de eigen buurt. Veenendaal werkt zo aan verbetering van de sociale basis door verbinding van de fysieke en sociale omgeving.

De presentatie bevat een informatieve video.

 

Vraag: wat kunnen gemeenten doen om supermarkten te bewegen tot een gezonder voedselaanbod?

De gemeente heeft daarvoor geen bevoegdheden. In een experiment van AH werd duidelijk dat de omzet enorm daalt als er alleen gezond voedsel wordt aangeboden. Dit vormt een dilemma voor de supermarkt, die een goed gezond imago wil uitstralen. Het detailhandelbeleid biedt wel een handvat voor het aantal winkels in een gebied, maar niet over het aanbod ín die winkels.
Steun van het Rijk op dit gebied is noodzakelijk, zowel voor productverbetering als voor regels op het gebied van kindermarketing. Ook de keuze voor een frisdrank-, suiker- en of vet-taks moet op Rijksniveau gemaakt worden. Wel is het mogelijk om als gemeente op wijkniveau in gesprek te gaan met supermarkten en scholen over gezonde voeding. En bijvoorbeeld afspraken te maken over welke schappen ‘open’ zijn in de schoolpauzes voor leerlingen.

Vraag: hoe kun je plannen vertalen naar planregels?

Dat is niet eenduidig vast te leggen. Het bestemmingsplan is één. Maar het is ook belangrijk om rekening te houden met wat er in het gebied gebeurt, d.m.v. zachte regels. Wijzig alleen het bestemmingsplan als je dan privaatrechtelijke zaken kunt vastleggen. Ook bij grondverkoop kun je als gemeente sturen. En neem het mee in gesprekken over mogelijkheden/kansen: het is een spel van geven en nemen. Een eenduidige visie over de toekomst van het gebied is heel belangrijk. Een gezonde leefomgeving wordt dan een asset in plaats van een kostenpost.
Leg het doel van je gemeente in je Omgevingsvisie vast en maak dat ook goed duidelijk. Niet echt planregels, maar een combinatie van harde en zachte regels en eventueel verkoopovereenkomsten.
Een Omgevingsvisie gaat over de fysieke omgeving. Maar voor gezondheid zijn er veel raakvlakken met het sociale domein. Laat daarom vanaf het begin iemand uit sociaal domein aanhaken. Integraal werken aan één goed plan is ingewikkeld, maar als je gezondheid en duurzaamheid centraal stelt is het mogelijk om de puzzelstukjes in elkaar te passen.